Een begin maken met grondwerk oefeningen
Grondwerk 1
Grondwerk met je paard is heel leuk en effectief.
Het is een mooi middel om
- Je hulpen goed op elkaar te leren afstemmen
- Je techniek en timing te verbeteren
- De balans en buigzaamheid te vergroten
- De moeilijke onderdelen beter te zien en aan te voelen
- De connectie met je paard te verbeteren
- Een betere focus te krijgen bij jezelf en je paard
- Ontdekken of je de juiste houding en energielading hebt
- Een sensibel paard te leren wachten en te ontspannen
- Een flegmatiek paard actiever en alerter te maken
- Te ontdekken hoe jullie onderlinge verhoudingen liggen
- Jonge paarden voor te bereiden op het zadelmak maken
- Paarden te revalideren en blessures te voorkomen
Hoe kun je het beste beginnen?
Het is heel belangrijk dat je met de volgende 3 oefeningen begint. Ook al lijken ze niet nodig of zelfs saai. Je komt door deze oefeningen achter jullie onderlinge verhoudingen en waar er nog wat werk te doen is.
- Je paard heeft een halster om en je laat hem aan het touw in stap naast je lopen in het juiste tempo.
- Je laat je paard d.m.v. je lichaamstaal halthouden.
- Je laat je paard achterwaarts gaan d.m.v. je lichaamstaal.
1 De bedoeling is dat jullie op elkaar letten en daarom laat ik je ook naast het paard en het paard naast jou lopen. Zijn hoofd moet net voor jou zijn, zodat je ziet wat hij doet en hoe hij kijkt. Als je paard te snel gaat, zorg je met je lichaamstaal voor vertraging en als dat niet lukt, rem je hem af met het touw. Als je paard te langzaam gaat, wek je wat meer impuls op door je lichaamstaal en als dat niet lukt, drijf je met hand aan op de plek waar je met je been zou aandrijven als je erop zit.

Als je dit een paar rondes gedaan hebt en het al enigszins lukt, kun je naar de volgende oefening: halthouden.
2 Het is de bedoeling dat je je paard laat halthouden d.m.v. je lichaamstaal. Overval je paard niet met je opdracht. Denk terwijl je loopt alvast dat je bijna wil halthouden, ontspan daarbij een beetje en vertraag een paar passen en blijf dan staan. Het paard moet daardoor dan ook gaan stilstaan. Als dit nog niet lukt, mag je hem tegenhouden met je touw.

Als je dit een paar keer gedaan hebt en het lukt al aardig, kun je naar de volgende oefening: achterwaarts.
3 Ook hier is het de bedoeling dat jullie op elkaar letten en dat je paard d.m.v. jouw lichaamstaal achterwaarts gaat. Als dit niet lukt mag je hem een duwtje tegen zijn boeg/ borst geven. Drie passen achterwaarts is voldoende. Het gaat niet zozeer om de hoeveelheid passen maar meer om de manier waarop hij het doet. Als het heel moeilijk gaat, mag je ook 1 pasje doen.
Na deze oefeningen heb je e.e.a. ontdekt over de gehoorzaamheid van je paard, de focus van jullie beiden, jullie onderlinge rangorde, het begrip en de uitvoering van de techniek van de oefeningen en hoe je lichaamstaal ontwikkeld is.
Je weet nu waar jij en je paard aan moeten werken.

Je zal merken dat zodra je hier aan werkt de grondwerkoefeningen steeds makkelijker gaan, maar dat het ook een positief effect heeft op het longeren en het rijden.
Je hebt nu aardig wat basisgegevens over jezelf en je paard.
Nu kunnen we door met de volgende oefeningen.
Grondwerk 2
Na het stappen, stoppen en achterwaarts gaan, kun je door naar de volgende oefeningen.
Laat je paard aan het touw op een volte van 3 à 5 meter om je heen stappen. Je mag een beetje meelopen. Dit doe je zowel linksom als rechtsom een aantal rondes.
Het doel hiervan is om te kijken hoe moeilijk of makkelijk het is om het paard van je af te sturen en rustig te laten stappen. Daarnaast kun je hier zien hoe het met de balans, buigzaamheid en scheefheid van je paard gesteld is. De punten waar je op moet letten zijn o.a. of hij naar binnen valt of over de schouder weg loopt en of hij in het spoor loopt.
Dan is het nu tijd voor de volgende oefening.
Schouder buitenwaarts en schouder binnenwaarts.
Wat is het doel van deze oefening:
- Buigzamer maken van de voorhand;
- Buigzamer maken van de achterbenen;
- Het binnen achterbeen meer tot dragen brengen;
- Het paard recht gerichter maken.

We beginnen met schouder buitenwaarts omdat dit gemakkelijker is. De bakrand zorgt ervoor dat het paard niet teveel doet of naar buiten doorbreekt en wegloopt.
De bedoeling is dat je met zo min mogelijk hulpen en het liefst met lichaamstaal zoveel mogelijk bereikt.
Doordat je alleen met een halster en een touw werkt, wordt het paard bijna niet belemmerd in zijn lichaam en beweging. Als je alles met lichaamstaal kunt doen, wordt hij helemaal niet belemmerd, zal er geen spanning zijn en wordt hij super los, soepel, sterk en blij.

Ben je geïnteresseerd en wil je weten of het ook iets voor jou is, bel / app / mail me dan voor een gratis proefles (de gratis proefles actie loopt tot 1 september 2024).
Mariëtte Somer > 06-21 63 1203




